|
Preek Groninger dienst, 25 oktober 2009 in de Oude Lutherse kerk te Amsterdam door ds Harry Donga
Gemeente, beste mensen van heinde en verre. Er zijn heel wat mensen die Paulus maar een rare snijboon vinden. Wij Groningers houden helemaal niet van mensen die als een blad aan de boom van mening kunnen veranderen. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Eerst heel enthousiast voor het ene en dan weer voor het tegenovergestelde, daar zijn de meesten van ons niet zo blij mee. Paulus was begonnen als iemand die doorkneed was in het geloof. En dat geloof was tot een levenshouding geworden. Zijn hele leven bestond uit het navolgen van de wet van Mozes en van alle voorschriften die in de loop der eeuwen door de rabbijnen waren uitgevaardigd. Paulus was een scherpslijper. Hij deinsde er niet voor terug om mensen te achtervolgen als hij meende dat ze zich niet aan de wet hielden. Zo was hij er bij toen Stefanus werd gestenigd waardoor die de eerste christelijke martelaar was geworden. Stefanus was een volgeling van Jezus net als de discipelen. Maar deze eerste christelijke gemeente was de rechtlijnige joden een doorn in het oog. En ze waren vast van plan om deze gemeente een kopje kleiner te maken. Daarom was Stefanus voor het gerecht gebracht en veroordeeld tot de dood door steniging. Paulus zelf had geen steen gegooid, maar hij had op de kleren van andere stenengooiers gepast.
Hij leek in zijn doen en laten wel een beetje op de radicale moslims van tegenwoordig. De wet gaat voor de mensen. Geen genade maar een hardhandige terechtwijzing. Niks nieuws onder de zon.
Maar Paulus die eigenlijk eerst Saulus heette naar de oude joodse koning Saul, was als een blad aan de boom omgeslagen. Hoe dat kwam?
Dat kwam door Jezus en zijn evangelie. Op zijn geheime reis naar Damascus waar hij een aanslag plande op daar wonende joodse christenen, was hij in de kraag gegrepen. Hij was totaal van de kook geraakt. Hij zag niets meer, had geen idee hoe hij verder moest toen hij de stem van Jezus had gehoord. Pas door de mensen die hij achtervolgde, was hij weer een beetje op orde gekomen. In zijn nadenken over de betekenis van gerechtigheid en menslievendheid was hij compleet van mening veranderd. Hij kon zich wel voor het hoofd slaan dat hij zo dom was geweest. Hij was ziende blind geweest. Toen was hij volgeling van Jezus Christus geworden en had zichzelf de opdracht gegeven om voortaan de boodschap van Christus uit te dragen. En zo ijverig als hij eerst voor de rabbijnse zaak was geweest, zo ijverig was hij nu voor de zaak van Jezus.
Van zo’n verandering houden wij mensen niet zo. Groningers zeker niet. Dat jaagt ons schrik aan. Kunnen wij ook zo veranderen? Wat geloven we dan eigenlijk nog?
En toch, en toch, heeft deze Paulus, zoals hij zich na zijn bekering noemde, heel veel invloed gehad op de begintijd van het christendom. Hij trok de hele toen bekende wereld rond om het evangelie te verbreiden. Hij ging daarbij verstandig en slim te werk. Misschien is dat voor ons ook wel een voorbeeld van hoe wij evangelisatie vandaag de dag zouden moeten aanpakken. Hoe slim hij dat deed, laat het verhaal van deze zondag horen: Paulus op de Areopagus. De Areopagus lag op de Akropolis-heuvel in Athene waar de belangrijkste tempels stonden. Ze staan er trouwens nog. Areopagus was eigenlijk een zuilengalerij waar je droog heen en weer kon lopen. Een soort discussieplek. Grieken waren daar dol op. Hun nieuwsgierigheid was groot en bij ieder bekend. Ze waren altijd tuk op de laatste nieuwtjes. Maar als ze dan op de hoogte waren, keken ze al weer uit naar de volgende. Tegenwoordig noemen we zoiets een hype.
Paulus was zo vol van het evangelie dat hij elke gelegenheid aangreep om over God en Jezus te praten. Eerst ging hij altijd naar de synagoge om met de joden te spreken, maar ook was hij op zoek naar anderen die God vereerden. Op de markt sprak hij met iedereen. Zo raakte hij al snel in gesprek met de inwoners van Athene over God en de goden. De Grieken hadden een veelgodendom. En voor al die goden waren altaren en tempels gebouwd. Paulus wondt zich daar wel over op. Dat kon eigenlijk niet, vond hij. Maar hij had ook een altaar gezien waarop stond geschreven: voor de onbekende god. Daar knoopte hij bij aan. Hij zei: wat jullie hier vereren, maar toch niet kennen, kom ik jullie verkondigen. Hij vertelde de Grieken dat die onbekende god zijn eigen God was. De eerste en enige God, die de wereld geschapen heeft en alles wat daarop is. Een God ook die niet in een tempel woont maar dicht bij de mensen. Een God die van mensen houdt en met hen in contact wil treden. Aan de andere kant heeft God onze diensten niet echt nodig. Paulus sprak vol vuur. De mensen wisten niet wat ze ervan moesten denken. Sommigen vonden Paulus een fantast en praatjesmaker, anderen gingen er echter over nadenken.
Paulus zei: God lijkt wel een beetje op zoals jullie dichters het verwoord hebben, nl dat wij van zijn geslacht zijn. Door het zo te zeggen, nam hij de Atheners volstrekt serieus. Eigenlijk zei hij: wij zijn kinderen van eenzelfde vader.
Paulus had daar zo’n mooie zin voor: door Hem leven wij, bewegen wij en bestaan wij. Maar zijn enthousiasme alleen was niet genoeg. Grieken waren niet zo gemakkelijk te overtuigen. Ze waren al zo lang vertrouwd met allerlei filosofieën. Er waren diverse stromingen. Stoicijnen vonden dat we moesten leren alles te verdragen en te aanvaarden. Epicureeërs waren daarentegen meer voor plezier, voor genieten van alles wat mooi was. Beide groepen waren uiteindelijk uit op wijsheid. En dat was wel heel wat anders dan wat Paulus verkondigde. Hij had het over verlossing, over leven uit de dood, over oordeel en opstanding. En natuurlijk over Jezus als zoon van de Vader, van God. En zo praatten ze uiteindelijk aan elkaar voorbij. Paulus nam de mensen serieus maar hij liet de waarheid niet ongenoemd. Aan het eind van zijn toespraak, werd hij heel scherp. Niet als een dreigement, maar uit hoop op verandering. Paulus zag Gods oordeel vooral als het recht zetten van wat krom is gegroeid. Toch schrokken mensen daarvan.
Maar er waren een paar tot geloof gekomen. Zij worden ook met name genoemd. Het zijn de eerste christenen van Europa. En hoe je ook over Paulus denkt, hij is de man die het geloof in Europa en later in de hele wereld heeft verbreid.
Motto van de Lutherse gemeente in dit en komend jaar is: Onderzoek alles en behoudt het goede. Dat is eigenlijk ook de houding van Atheners én van Paulus. Wij, vandaag hier bijeen in de Oude Lutherse kunnen wat van beiden leren. Van de Atheners hun openheid voor nieuwe dingen, met elkaar in gesprek gaan. Niet eenkennig zijn. Wij Groningers hebben op dat punt niet zo’n goede naam. Maar misschien valt het ook wel mee. Tenslotte zijn de meesten van ons de wijde wereld ingetrokken, ook nog wel verder dan Amsterdam. En ook zijn er heel wat Groningers die hun plek hebben gevonden, veraf of dichtbij. En misschien lijken wij ook wel wat op Paulus. Vooral op zijn stijve kop. Hij gaat er immers voor. Vandaag zijn we hier weer met heel verschillende mensen bij elkaar zoals we dat al twee keer eerder deden. Daarmee wordt de Oude Lutherse, het Spui een klein moment tot een soort Areopagus. Hier komen we elkaar tegen, hier raken we aan de praat. Als wij een plaats aan mochten wijzen die we vandaag Areopagus konden noemen, dan zouden we bijvoorbeeld op AT5 kunnen wijzen. Daar praten mensen uit deze stad met elkaar over belangrijke en soms ook wel onbelangrijke zaken. Maar ook de abri van tram of bus kan Areopagus worden evenals het cafe op de hoek. Onderzoek alle dingen en behoudt het goede. Voor mijzelf legt de inspiratie in de tekst: door Hem leven wij, bewegen wij en bestaan wij. Wat dat voor een mens betekent, daar kun je je hele leven mee bezig blijven. Tenslotte gaat het om vertrouwen en liefde. Met minder kunnen wij niet toe. Amen.
|