|
Oude Lutherse Kerk
Startzondag
GEEF ONS VANDAAG HET BROOD DAT WIJ NODIG HEBBEN
1 Koningen 17, 1-16 en Matteüs 6, 7-15
(n.a.v. LWF Assemblee-song)
Gemeente,
“Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben…”
Het is een ietwat onwennige verwoording van het Onze Vader, die wij daar aantreffen in de NBV, in de Nieuwe Bijbel Vertaling,
en dan in het bijzonder van die ene regel uit het Onze Vader:
“Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben…”
Ik denk, dat er maar weinig teksten bestaan, die zo vaak en in zo verschillende contexten door de eeuwen heen een centrale rol in het leven van mensen hebben gespeeld:
Een gebed is het, eenvoudig op het eerste gezicht, door velen van ons al vroeg, al toen wij kinderen waren, veelvuldig gehoord en later meegesproken…
“Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben…”
Reden te meer dat wij struikelen over deze anders klinkende vertaling in de lezing uit het evangelie van Matteüs. We missen de vertrouwde woordkeuze:
“Geef ons heden ons dagelijks brood…”,
de vorm die hoort bij het “liturgische” Onze Vader, het gebed zo als het in onze vieringen wordt gesproken, en zo als ook wij et zullen spreken, straks, bij de viering van brood en wijn rondom de tafel van de Heer. Maar dit is een gezonde vorm van struikelen, van gemis: het maakt, dat de woorden en beelden van de Evangelielezing zelf, één voor één, wat meer gedifferentieerd gewicht en inhoud kunnen krijgen, daar waar dat gepast en noodzakelijk is, zo als in de prediking.
---
“Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben…”
Deze zomer ben ik met nog enkele andere gedelegeerden van onze kerk naar de Assemblee geweest van de Lutherse Wereldfederatie. Daar was deze broodbede van het onze vader
als motto boven heel de Assemblee geplaatst, en werd ook in het Assemblylied vertolkt,
dat wij aan het begin zongen. In de Lutherse Wereldfederatie ontmoeten Lutherse gemeenschappen en kerken met wortels in de Lutherse traditie zo als de onze, de PKN,
elkaar wereldwijd. Ze ervaren en vieren en vormen met elkaar gemeenschap, “de communio” zo als dat heet, en proberen elkaar vast te houden over alle verschillen van context en taal en kleur en geschiedenis heen… Meer dan zeventig millioen mensen uit 145 kerken. Ruim vierhonderd gedelegeerden uit die kerken waren bij de Assemblee: blanke, zwarte, gele, bruine, roodbruine, ruingele …
En de bijeenkomst was dan ook een MEER van talen en klanken en geluiden en liederen; allemaal verschillend,
vreemd klinkend voor de één en vertrouwd voor de ander. Een veelkleurig talentapijt, waarin die ene boodschap van het Evangelie in de bestaanswijze zo als Luther die heeft herontdekt werd gevierd en beleefd.
“Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben…”
Het motto van die veelkleurige bijeenkomst werd dag na dag en woord na woord gespeld en het werd vertaald naar de uitdagingen van het leven. Een oefening die ik vanochtend met u wil delen.
Want het is intrigerend om mee te maken en te ervaren, welke kleurfacetten en nuances, onverwachte perspectieven en betekenissen, vragen en uitdagingen een tekst kan hebben, die je zo goed meent te kennen als deze, als je hem hoort en leest door de ogen van anderen.
Onder meer in de dagelijkse vieringen en Bijbelmeditaties kwam dat tot uitdrukking, maar ook in de hearings over de uitdagingen waar wij als wereldgemeenschap van mensen voor geplaatst zijn…
“Geef”
Het eerste woord uit die bede draagt al de hele spanning in zich, die een gemeenschap van mensen kenmerkt,
die deel hebben aan al de verschillen die deze wereld kent. De vraag mag gesteld worden, en ze werd dan ook gesteld, of wij, zo als wij ons leven hier en op veel plekken in de wereld hebben ingericht, überhaupt nog wel BEREID zijn om ons iets te laten GEVEN, - om te aanvaarden dat wij niet alles zelf kunnen regelen en ritselen.
Want dat hoort toch een beetje bij ons onuitgesproken credo, in ieder geval hier in Nederland: Wij weten onze zaakjes meestal wel zelf te handhaven of streven er tenminste na. De innerlijke houding die hoort bij het ONTVANGEN, bij de open handen, bij het vragen en hopen, - die is ons vaak buitengewoon vreemd geworden na al die jaren van relatieve welvaart die onze samenleving ondertussen heeft gehad en die velen als vanzelfsprekendheid zijn gaan ervaren. Dat geldt voor de dingen van het dagelijks leven: eten, behuizing, kleding, veiligheid, werk, --- We zorgen in verregaande mate zelf ervoor, dat we dat hebben, en we vinden het ook min of meer normaal dat ons dat lukt. Niemand die we daar om moeten vragen, of die we daarvoor horen te danken. En vaak gaat die vanzelfsprekendheid ook door in ons sociale leven, in onze relaties, en tenslotte ook in ons geloof. “Het komt ons toe”, vinden wij, dat er mensen zijn die om ons geven. Het komt ons toe,
dat wij geliefd worden en gerespecteerd, dat ons leven zin maakt…
want wij doen er toch ook het een en ander voor
om het gedaan te krijgen. Wij zijn toch immers echt wel iemand! LEGE HANDEN, die vragen om brood en liefde en respect…We kunnen ze ons haast niet (of niet meer) voorstellen. Want wij hebben vandaag altijd wel iets om handen of achter de hand, al is het maar de overtuiging dat wij zelf toch best de moeite waard zijn
om van te houden…
In de broodbede uit het Onze Vader, in dit eerste “GEEF” klinkt iets door van een vermaning, een herinnering aan wat wij in het geloof proberen vast te houden, wat wij elkaar toespreken en ons willen laten toespreken:
- Dat wij wel van alles kunnen HEBBEN, maar dat het daarmee nog lang niet “VAN ONS” is.
- Dat in de wezenlijke dingen van het leven, te beginnen bij het brood en de liefde en bij ons “elke dag weer wakker worden”, …
dat daarin iets schuilt van een geschenk waar wij “NIET VAN TERUG HEBBEN”, waar wij niets tegenover kunnen stellen dan lege handen…
Geef ONS…
Wat voor ONS is dat eigenlijk, dat wij spreken en denken en in ons leven praktiseren? Is het een inclusief ONS?
Klinkt daar de ander in mee, ook degene, die ik helemaal niet zie zitten? Of scheiden wij onze wereld fijn en precies langs lijnen van ONS en HEN, van WIJ en ZIJ? Hoe geloven wij het met-elkaar eigenlijk, dat ons van Godswege is toegezegd als kerk en kerken en als gemeenschap van mensen? En hoe concreet durven wij tenslotte bij ONZE behoeften de behoeften van de ANDEREN mee te denken, die paal en perk stellen aan wat door ons behoefd, gewild en nagestreefd kan worden? En wat doen we, als de ruimte voor bijvoorbeeld economische groei beperkt blijkt te zijn door de schade en de verwoesting van natuur en samenleving die daardoor elders ontstaat? Allemaal vragen die, goed geluisterd en geloofd, in de broodbede meeklinken…
Geef ons VANDAAG…
Wat is dat eigenlijk: Vandaag? Nemen wij dat allen wel op eenzelfde wijze waar? En wat zou geschieden, wanneer wij het accumuleren van goederen, het ophopen van rijkdom en macht en twijfelachtige veiligheid,
zouden loslaten, en in plaats daarvan geconcentreerd zouden leven in en met wat vandaag, wat nu, op dit moment kan en moet? Wat als onze wensen voor dit leven voor onszelf en voor anderen het VANDAAG helemaal serieus zouden nemen in plaats van er steeds aan te werken dat wij MORGEN nog steeds al dat hebben wat wij vandaag bezitten, en liefst op dezelfde wijze en meer daarvan? Wij zouden tijd hebben en energie, denk ik dan, om anders naar het leven te kijken en in het leven te staan en in het geloof.
Er zou misschien meer aandacht zijn en de wil om niet de ogen te sluiten (uit tijdgebrek of onverschilligheid)
voor wat nu, vandaag, eigenlijk niet door de beugel kan aan onrecht, nabij en veraf: Te beginnen bij mensenverachtend denken in partijen, bewegingen en enkelingen, dat vandaag door velen zomaar geaccepteerd dreigt te worden, dat “salonfähig” wordt, omdat het op “democratische wijze” macht heeft verworven… Een argument trouwens dat mij persoonlijk maar al te bekend voorkomt. Dit soort democratische processen hebben al eens eerder en dat is nog geen 67 jaar geleden - op een andere plek niet ver hier vandaan tot beschaving verheven wat in werkelijkheid het daglicht niet kon verdragen… “Na na, zo’n vaart zal het hier wel niet lopen…,
en überhaupt, dat is toch niet vergelijkbaar” hoor ik mensen zeggen. En ook dat argument komt mij maar al te bekend voor…
Geef ons vandaag HET BROOD…
Niet ONS brood, maar HET BROOD, dat is, waarvoor het ons past te bidden. Want brood: levensvoedsel, levenskansen, ontplooiingsmogelijkheden, al dat is niet geoormerkt, al lang niet meer, in een globale wereld als de onze, en misschien is het dat wel nooit geweest. Dat geldt voor het voedsel dat wij eten, dat vaak onder twijfelachtige omstandigheden wordt verbouwd en verwerkt en vervoerd door mensen die zelf honger lijden,
naar lichaam en/of ziel: in landen ver weg van ons hier vandaan, of dichtbij, in en door segmenten van onze samenleving waar wij al lang elk contact mee hebben verloren omdat ze in wijken wonen waar wij niet doorheen zouden durven lopen of waar we in ieder geval onze kinderen niet zouden willen zien opgroeien…
HET BROOD – is niet ONS BROOD! Dat besef, dat geloofsconcept plaatst, goed gehoord en geloofd,
vraagtekens bij onze politieke en maatschappelijke ordeningen, waarin wij een ongelijke verdeling van wat mensen tot voedsel dient naar lichaam en ziel maar al te graag proberen vast te houden.
“Geef ons vandaag het brood DAT WIJ NODIG HEBBEN…”
Wat hebben wij eigenlijk NODIG? Wat hebben wij werkelijk nodig, om te worden tot mensen, tot beeld en gelijkenis van Hem die mensen schiep en adem inblies, levensadem? Wat wij NODIG hebben, wij mensen,
is, zo weten wij, buitengewoon relatief, wisselend dus, en afhankelijk van de omstandigheden: Ja het is waar:
Mensen lijden en sterven daar waar gebrek is aan voedsel of aan schoon water, of aan bescherming voor een alles verslindende vloed of overstroming,o of waar geen voldoende medische verzorging bestaat.
Maar de tijden zijn lang voorbij, waarin al deze factoren konden worden beschouwd als een soort natuurrampen of dingen die nou eenmaal zo zijn als ze zijn. Wij leven vandaag in een wereld waarin wij kunnen en moeten weten dat veel van wat gebeurd, ook aan zogenaamde natuurrampen, had kunnen worden voorkomen
of nooit was ontstaan, als niet eerder en elders mensen beslissingen hadden genomen (of niet genomen),
gebaseerd op blind eigenbelang en misdadige gierigheid. De vraag, wat wij nodig hebben, is, in ieder geval vandaag, een vraag die enkel in gezamenlijkheid kan worden beantwoord.
Daarvoor moeten wij met elkaar spreken, over de grenzen van kerken en landen en nationaliteiten heen. We moeten elkaar aanvaarden als mensen die behoren tot één en dezelfde gemeenschap van aardebewoners, aangewezen op elkaars zorg en aandacht en hopend op open oren en ogen voor de behoeften van anderen..
Iets van die “wereldgemeenschap”, te beginnen met de wereldgemeenschap van Lutheranen, is voor mij ook daar in die assemblee van de LWF, tussen al die mensen en geschiedenissen en verhalen door weer duidelijk geworden. En dat is op zich al reden om elkaar te blijven opzoeken en gemeenschap te vieren. En tenslotte:
… brood DAT WIJ NODIG HEBBEN…
Daarin klinkt ook nog iets anders aan. Het wijst terug naar het begin van de broodbede: Wij hebben het NODIG, “hebben nood aan” WERKELIJK BROOD, aan levensvoedsel dat wij elkaar in dit leven zo vaak onthouden: Liefde, een open benadering zonder vooroordelen, kansen tot verandering, tot groei,…
Al dat hebben wij nodig, wij mensen, al schreeuwen wij in onze onnozelheid nog zo vaak over deze, onze, behoefte heen…
GEEF ONS, Heer, VANDAAG dat besef, het besef dat wij BEHOEFTE HEBBEN AAN ELKAAR,
aan een menswaardige samenleving, aan vreugde om te delen, aan steun in donkere tijden…
“Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben…”
“Geef ons heden ons dagelijks brood…”
Als tekst ontvouwt die broodbede, talloze perspectieven van leven, van verantwoordelijkheid, van behoefte en vertrouwen. Als gebed geeft het ons in de viering de kans om ons te laten meenemen op de cadans van de adem van heel de gemeente, staande rondom de tafel van brood en wijn, een gemeente van mensen door alle tijden en over alle grenzen van kerken en tradities heen…
Rond om die tafel van de Heer belijden wij en mogen wij ervaren dat in het delen en uitdelen van wat wij hebben aan levensbrood en vreugdeolie genoeg is voor iedereen, en dat in een gemeenschap waar de viering ook in de “liturgie na de liturgie”, in het doordeweekse leven doorgaat, in diaconaat en daadkrachtige inzet voor wie in de knel zit, … dat daar brood en olie, zo als bij de weduwe van Sarefat, niet op zullen raken.
Daar, waar de broodbede uit het Onze Vader in die zin hand en voet krijgt, daar wordt Gods naam werkelijk en waarachtig eensgezind geheiligd. Daar wordt Gods naam tot klinken gebracht in de cadans van een geloofsleven
dat van aanpakken weet, maar ook van elkaar opzoeken, van naar elkaar luisteren, van met elkaar bouwen aan een wereld die verwijst naar Gods koninkrijk, waar plaats is voor alle kleuren van leven, in Eeuwigheid.
AMEN
|
|