Wat hest heer zeten achter lu van Jezus
mit geweld, belken en bandiezen
tot dast -dij dut mout t waiten-
hoog op peerd
grepen deur hemels löcht
dele völst.
Blind wuist in Rechte Stroade
zulm man van de Weg.
t Löcht dreef die wereld in
en brochde die hail in Athene.
Haarst ogen nich in buutse
en hazzens nuver schraabt.
Bekeekst mit verstand aal heur goden
en mit Griekse dichters wöst goud road.
Vergreld over leegte
könst preken nich loaten.
Zo wuist nuigd op d Areopagus
en stonst midden maank hoge lu.
Dij wollen wol ais waiten
wat dizze Nijsblad van t Oosten
oetstokken kön:
aal proat is ja gain pankouk.
Mor huilst n beste preek:
‘In hom leef ve, beweeg ve en bin ve’.
Mooi ja.
Gain last van zenen had?
Niks in boksem doan
mit aal dij perfesters um die tou ?
Lutje tentenmoaker,
nuimsde die zulm in braif aan Korintiërs
nich n misbrudsel?
Woar huilst moud toch vot?
Bist rakt deur t Löcht
en dien vuur veur Christus
hef in haile wereld vlam vat.
Hest proat en nich swegen.
Net as Liudger in Ommelanden.
Net as Luther
-dij völ ook ja dele veur t löcht-
veur kaaizer en kerke in Wörms:
‘hier stoa k, ik kin nich anders’.
En net as wie vandoage hier in kerke
en dommeet op maartplaain
in tram of thoes
of op welke Areopagus din ook.
Kom lu van de Weg
loat moudveren nich hangen
en loave proaten en nich swiegen
over wat ons drif.
d’Aivege kin ja alderdeegs de slimste misbrudsels aibels goud bruken.
Wat heb je de mensen van Jezus vervolgd
met geweld, schreeuwen en tieren
tot dat je -wie zich brandt moet op de blaren zitten-
hoog op het paard
gegrepen door het hemels licht
op de grond viel.
Blind werd je in de Rechte Straat
zelf een man van de Weg.
Het Licht dreef je de wereld in
en bracht je helemaal naar Athene.
Je had je ogen niet in je zak
en aan je hersenen mankeerde niets.
Je bekeek met verstand al hun goden
en met de Griekse dichters kon je goed uit de voeten.
Verontwaardigd over de leegte
kon je het preken niet laten.
Zo werd je gevraagd op de Areopagus
en stond je midden tussen kopstukken.
Die wilden wel eens weten
wat deze Nieuwsblad van het Oosten
te vertellen zou hebben:
praatjes vullen immers geen gaatjes.
Maar je hield een prima preek:
‘In hem leven we, bewegen we ons en bestaan we’
Heel mooi gezegd
Was je niet zenuwachtig?
Deed je het niet in je broek
met al die professoren om je heen?
Kleine tentenmaker,
noemde je zelf in je brief aan de Korintiërs
niet een misbaksel?
Waar haalde je de moed toch vandaan?
Je bent geraakt door het Licht
en je vuur voor Christus
heeft in de hele wereld vlam gevat.
Je hebt gesproken en niet gezwegen.
Net als Liudger –apostel der Groningers- in de Ommelanden.
Net als Luther
-hij viel immers ook voor het licht-
voor keizer en kerk in Worms:
‘hier sta ik, ik kan niet anders’
En net als wij vandaag hier in de kerk
en straks op het marktplein
in tram of thuis
of op welke Areopagus dan ook.
Kom mensen van de Weg
geef de moed niet op
en laten we spreken en niet zwijgen
over wat ons drijft
De Eeuwige kan immers zelfs de ergste misbaksels
bijzonder goed gebruiken.